Congenitale heupdysplasie
Dit is een aangeboren storing in de heup. De heup bestaat uit twee delen. De heupkop, het uiteinde van je bovenbeen, ligt als het ware in de heupkom. Op die manier kun je je benen bewegen. Als de heupkop en heupkom niet goed in elkaar zitten, is er sprake van een congenitale heupdysplasie. Dit moet tijdens de groei van de heup gebeuren, dus in het 1e en 2e levensjaar. Als de kop–kom relatie binnen het eerste en tweede levensjaar hersteld wordt, kan het lichaam deze achterstand vaak weer inlopen Als de kop uit de kom blijft, groeit het heupgewricht niet tot een volwaardig heupgewricht uit. Op korte termijn kan dit betekenen dat kinderen iets mank gaan lopen, zonder dat dit pijnlijk is. Echter de belangrijkste gevolgen treden pas later op: het gewricht kan vroegtijdig gaan slijten. Dit is echter goed te behandelen, het gaat erom dat de heup zich goed ontwikkelt.
Handige links |

