Maak een afspraak


U bevindt zich hier:   Diëtetiek  Aandoeningen & behandelingen  Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes

Om glucose vanuit het bloed de cellen van het lichaam in te laten gaan is insuline nodig. Insuline is een hormoon; het wordt in de alvleesklier (pancreas) gemaakt. De zwangerschap vraagt na verloop van tijd steeds meer energie en dus ook meer glucose. Om dit glucose te kunnen benutten is steeds meer insuline nodig. Daarnaast maken de zwangerschapshormonen het lichaam ongevoeliger voor insuline. De voortdurend stijgende hoeveelheid zwangerschapshormonen kan dan op een bepaald moment een te grote belasting zijn voor de alvleesklier. Als de alvleesklier uiteindelijk niet meer aan de verhoogde vraag naar insuline kan voldoen, ontstaat er een tekort aan insuline. Het gevolg is dat onvoldoende glucose vanuit het bloed in de cellen kan worden opgenomen en de bloedglucosewaarde dan te hoog blijft. Zwangerschapsdiabetes ontstaat over het algemeen pas in de tweede helft van de zwangerschap. Na de bevalling verdwijnt deze vorm van diabetes vrijwel altijd.

Lees de folder (86,7 kb)

Folder voeding bij zwangerschapsdiabetes 01.57.pdf


NIAZ-accreditatie